eigenschappen

9.7 koolwaterstoffen

7

koolwaterstoffen

koolstofverbindingen

Driekwart van de voor ons bekende stoffen zijn koolstofverbindingen. Koolstofverbindingen vormen de basis van alle organische stoffen. Een ander voorbeeld van koolstofverbindingen zijn alle verschillende soorten plastic. Koolstofverbindingen zijn zeer divers in bouw en stofeigenschap.

koolwaterstoffen

De koolwaterstoffen vormen een speciale groep binnen de koolstofverbindingen. Koolwaterstoffen zijn uitsluitend opgebouwd uit de elementen koolstof (C) en waterstof (H). Koolwaterstoffen worden doorgaans verkregen door raffinage van aardolie. Koolwaterstoffen kunnen net als de meeste koolstofverbindingen lange ketens vormen. In het algemeen geldt hoe langer de keten hoe hoger het smeltpunt en hoe zwaarder de stof.

alkanen & alkenen

Alkanen zijn eenvoudig gebouwde koolwaterstoffen met de algemene formule CₙH₂ₙ₊₂.
Alkenen zijn eveneens eenvoudig gebouwde koolwaterstoffen maar hebben de algemene formule CₙH₂ₙ. Alkenen hebben een dubbele binding: C=C.

alkanen

naam formule structuurformule
methaan CH₄
ethaan C₂H₆
propaan C₃H₈
butaan C₄H₁₀
pentaan C₅H₁₂

isomeren

Bij veel koolwaterstoffen komen isomeren voor. Isomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere structuurformule. Isomeren hebben veelal andere stofeigenschappen dan oorspronkelijke stof.

isomeren van butaan

naam formule structuurformule
butaan C₄H₁₀
methylpropaan

vereenvoudigde structuurformules

Bij structuurformules worden vaker de letters van de elementen weggelaten. In deze vereenvoudigde structuurformules wordt alleen de verbinding tussen de koolstofatomen in het molecuul weergegeven.

isomeren van pentaan

naam formule structuurformule
pentaan C₅H₁₂
2-methylbutaan
2,2-dimethylpropaan

1 Analyseer de naamgeving bij de isomeren van pentaan.
Hexaan heeft de formule C₆H₁₄. Hexaan heeft een aantal isomeren: 2,2-dimethylbutaan, 2,3-dimethylbutaan, 2-methylpentaan & 3-methylpentaan.

  • Teken de isomeren van hexaan in vereenvoudigde vorm in tekenprogramma en plak de afbeelding in je document.

alkenen

naam formule structuurformule
etheen C₂H₄
propeen C₃H₆

dubbele bindingen & cis-trans-isomerie

C₃H₆

C₄H₈-isomeren

Alkenen hebben één dubbele binding.
Bij etheen (C₂H₄) bevindt deze dubbele binding zich tussen beide koolstofatomen.
Bij propeen (C₃H₆) bevindt de dubbele binding zich tussen twee van de drie koolstofatomen.
Bij buteen (C₄H₈) kan de dubbele binding zich op twee verschillende plekken bevinden. Namelijk tussen het eerste en het tweede of tussen het tweede en het derde koolstofatoom.
Omdat koolstofatomen bij een dubbele binding niet kunnen roteren om hun eigen as, maakt het bij dubbele bindingen uit aan welke kant van het koolstofatoom zich een bepaalde groep bevindt. Dit wordt cis-trans-isomerie genoemd.

isomeren van buteen

naam formule structuurformule
but-1-een C₄H₈
Z-but-2-een
(cis-isomeer)
E-but-2-een
(trans-isomeer)
2-methylpropeen

Met de termen cis (lat: dezelfde kant) en trans (lat: andere kant) kan worden aangegeven welke ruimtelijke structuur een molecuul met een dubbele binding heeft. Cis-trans-isomerie wordt ook wel E/Z-isomerie genoemd.

isomeren penteen

nodig:
  • molecuuldoos

2 C₅H₁₀ heeft een aantal isomeren:

  • pent-1-een
  • Z-pent-2-een
  • E-pent-2-een
  • 2-methyl-but-1-een
  • 2-methyl-but-2-een
  • 3-methyl-but-1-een
  • Bouw met behulp van een molecuuldoos deze isomeren na.
  • Geef aan welke namen bij welk isomeer horen.
  • Maak foto's van deze isomeren en plak deze in je document.

alkanolen

Alkanolen hebben altijd een -OH-groep.

naam formule structuurformule
methanol CH₃OH
ethanol (alcohol) C₂H₅OH

oefenvragen koolwaterstoffen ?

kookpunten en smeltpunten

kooktraject aardoliefracties
fractie C-atomen kooktraject
gas 1-5 < 20 ℃
benzine 5-10 20 tot 150 ℃
nafta 8-12 150 tot 180 ℃
kerosine 10-14 180 tot 230 ℃
gasolie 15-25 230 tot 330 ℃
stookolie >20 - 40 330 tot 370 ℃
residu >40 > 370 ℃

Hiernaast zijn de kooktrajecten van de verschillende fracties van aardolie afgebeeld. Daarnaast is het aantal koolstofatomen per molecuul in de verschillende fracties aangegeven. Het aantal koolstofatomen per molecuul is af te leiden dat zich in de verschillende fracties mengsels van stoffen bevinden.

verwarmen zuiver stof en mengsel

kookpunt en kooktraject

In de grafiek hiernaast worden eerst water (H₂O) verwarmd, daarna een mengsel van water (H₂O) en alcohol (C₂H₅OH) en als laatste wordt pure alcohol (C₂H₅OH) verwarmd. Zowel water (H₂) als alcohol (C₂H₅OH) hebben een kookpunt, terwijl het mengsel van water (H₂O) en alcohol (C₂H₅OH) een kooktraject heeft.

Zuivere stoffen, zoals water en pure alcohol, hebben een kookpunt. Mengsels hebben een kooktraject. Bij het verwarmen van een zuivere stof verandert de temperatuur van de zuivere stof tijdens het koken niet, terwijl bij het verwarmen van een mengsel de temperatuur wel verandert tijdens het kooktraject.

3 Waarom verandert de temperatuur van een zuivere stof niet tijdens het koken?

4 Leg uit dat bij destillatie gebruik gemaakt wordt van het verschil in kookpunten van de zuivere stoffen in het mengsel.

vaste stoffen, vloeibare stoffen en gasvormige stoffen

Stoffen komen voor in vaste vorm (s) (Eng: solid), vloeibare vorm (l) (Eng: liquid) en gasvormige toestand (g) (Eng: gas). (s), (l) & (g) worden aggregatietoestanden genoemd. Afhankelijk van de temperatuur bevindt een stof zich in een van deze aggregatietoestanden.

bij een hogere temperatuur trillen moleculen harder dan bij een lagere temperatuur.

vanderwaalsbindingen

Het begrip vanderwaalsbindingen is naar de Nederlandse natuurkunde Johannes Diderik van der Waals (1837 - 1923) vernoemd. Vanderwaalsbindingen zijn bindingen die niet berusten op een covalente binding, ionbinding of metaalbinding.
Vanderwaalsbindingen zijn relatief zwakke verbindingen tussen moleculen. Vanderwaalsbindingen spelen een rol bij aggregatietoestanden. Vanderwaalsbindingen houden moleculen bij elkaar in vaste (s) vloeibare (l) vorm. Als de vanderwaalsbindingen tussen moleculen zo groot is dat deze moleculen niet van plek kunnen veranderen is er sprake van een vaste stof (s). Als de vanderwaalsbindingen tussen moleculen groot genoeg zijn om moleculen bij elkaar te houden, maar moleculen vrij kunnen bewegen is er sprak van een vloeistof (l).

vaste toestand (s)

In een vaste stof trekken moleculen elkaar aan. De bewegingsenergie (het trillen van moleculen) is zo klein dat de vanderwaalsbindingen tussen moleculen sterk genoeg zijn om te voorkomen dat moleculen vrij kunnen bewegen.

vloeibare toestand (l)

In een vloeistof trekken moleculen elkaar aan. De bewegingsenergie (het trillen van moleculen) is echter groot genoeg om ervoor te zorgen dat moleculen vrij kunnen bewegen. De bewegingsenergie is echter niet groter dan de vanderwaalsbindingen, zodat moleculen bij elkaar blijven.

gasvormige toestand (g)

In een gas is de bewegingsenergie groter dan de vanderwaalsbindingen tussen de moleculen. In een gas bewegen moleculen vrij rond.

druk en temperatuur

De aggregatietoestand van een stof is afhankelijk van de temperatuur en de druk.

Hoe hoger de druk hoe hoger het kook- of smeltpunt van een bepaalde stof.

In de animatie hiernaast is te zien hoe als de druk in een glazen cilinder hoger wordt, het gas condenseert en daarna vloeibaar wordt. Tijdens het samendrukken van het gas, neemt de druk toe. Tijdens het condenseren neemt de druk niet toe.

kook- en smeltpunten van onvertakte alkanen
alkaan formule (bij 20 ℃) smeltpunt (℃) kookpunt (℃)
methaan CH₄ (g) -183 -164
ethaan C₂H₆ (g) -183 -89
propaan C₃H₈ (g) -190 -42
butaan C₄H₁₀ (g) -138 -1
pentaan C₅H₁₂ (l) -130 36
hexaan C₆H₁₄ (l) -95 69
heptaan C₇H₁₆ (l) -91 98
octaan C₈H₁₈ (l) -57 126
nonaan C₉H₂₀ (l) -51 151
decaan C₁₀H₂₂ (l) -30 174
undecaan C₁₁H₂₄ (l) -26 196
dodecaan C₁₂H₂₆ (l) -10 216
tridecaan C₁₃H₂₈ (l) -6 235
tertradecaan C₁₄H₃₀ (l) 6 254
pentadecaan C₁₅H₃₂ (l) 10 268
hexadecaan C₁₆H₃₄ (l) 18 280
heptadecaan C₁₇H₃₆ (s) 22 306
octadecaan C₁₈H₃₈ (s) 28 317

5 Tetracontaan (C₄₀H₈₂) heeft een smeltpunt van 84 ℃ en een kookpunt van 524 ℃. Pentacontaan (C₅₀H₁₀₂) heeft een smeltpunt van 94 ℃ en een kookpunt van 578 ℃.

  • Binnen welke aardoliefractie kunnen zowel tetracontaan (C₄₀H₈₂) als pentacontaan (C₅₀H₁₀₂) voorkomen?
  • Op een warme zonnige dag kan asfalt enigszins kleverig aanvoelen. Waar wordt deze kleverigheid door veroorzaakt?

dichtgesmolten spuit

vacuümpomp

6 Leg uit waarom je het beste butaan (C₄H₁₀) kunt gebruiken als je een gas tot vloeistof wilt samenpersen met behulp van een dichtgesmolten spuit.

7 Leg uit waarom je het beste pentaan (C₅H₁₂) kunt gebruiken als je een vloeistof wilt laten koken met behulp van een vacuümpomp?

8 Sommige auto's rijden op LPG. LPG komt uit de aardoliefractie met het laagste kookpunt. Leg uit hoe het kan dat de LPG-tank in deze auto's toch een vloeibare substantie bevatten.

!

begrippen

belangrijke begrippen:

  • koolstofverbindingen
  • alkanen CₙH₂ₙ₊₂
    • methaan
    • ethaan
    • propaan
    • butaan
    • pentaan
  • dubbele bindingen
  • alkenen CₙH₂ₙ
    • metheen
    • etheen
    • propeen
    • buteen
    • penteen
  • vertakte koolwaterstoffen en isomeren
  • cis-trans-isomerie
  • zuivere stof
  • mengsel
  • kookpunten en smeltpunten
  • kookpunt en kooktraject
  • aggregatietoestanden
  • vanderwaalsbindingen
  • druk en temperatuur

!

doelen

wat moet je kunnen:

  • Je moet de molecuulformule, structuurformules en de vereenvoudigde structuurformules kunnen geven van de methaan, ethaan, propaan, butaan en pentaan.
  • Je moet weten wat alkanen zijn.
  • Je moet de algemene molecuulformule voor alkanen kunnen handteren.
  • Je moet de structuurformules en de vereenvoudigde structuurformules van de isomeren van propaan, butaan en pentaan kunnen geven.
  • Je moet naamgeving van de isomeren van de propaan, butaan en pentaan kunnen doorgronden.
  • Je moet weten vat cis en trans isomeren zijn.
  • Je moet weten wat alkenen zijn.
  • Je moet de algemene molecuulformule voor alkenen kunnen handteren.
  • Je moet de molecuulformule, structuurformules en de vereenvoudigde structuurformules kunnen geven van de metheen, etheen, propeen, buteen en penteen.
  • Je moet de structuurformules en de vereenvoudigde structuurformules van de isomeren van propeen, buteen en pentaan kunnen geven.
  • Je moet naamgeving van de isomeren van de propeen, buteen en penteen kunnen doorgronden.
  • Je moet weten wat vanderwaalsbindingen zijn en welke rol vanderwaalsbindingen spelen bij de verschillende aggregatietoestanden van een stof.